naar top
Menu
Logo Print

Rattengif in bunzings en marters

Rapport INBO toont onrustwekkende cijfers
magazine

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) onderzocht 150 Bunzings en 75 Steenmarters op sporen van rattengif. De dieren (vooral verkeersslachtoffers) werden tussen 2006 en 2012 verzameld. Het resultaat is onrustwekkend. Bij maar liefst 171 van de 225 onderzochte dieren (76 procent) werden sporen van rattengif teruggevonden in de lever, en bij 56 procent daarvan (42 procent van het totaal) in een hoeveelheid die de overlevingskansen van de dieren zwaar onder druk zet. In principe zullen Bunzings en Steenmarters rattengif niet rechtstreeks opnemen. Knaagdieren zoals ratten en muizen uiteraard wel. De gifstoffen in het ratten- of muizenlichaam komen ook in het lichaam van hun belager terecht, met alle gevolgen van dien. Verbanden trekken tussen sporen van rattengif in de lever en de kans op ziekte of sterfte is niet evident. Toch is het best mogelijk dat ook Bunzings en Steenmarters sterven door de gifstoffen. Maar ook onrechtstreeks kan rattengif veel kwaad doen, doordat het gif de eetlust en dus de lichaamsconditie van de dieren aantast, of doordat hun waakzaamheid afneemt en ze makkelijker slachtoffer worden van honden of het verkeer. Daardoor kan rattengif de Bunzingpopulatie in Vlaanderen, die al achteruit gaat, nog meer bedreigen. Details van het onderzoek zijn te lezen in het volledige rapport van het INBO.

NATUURPUNT

NATUURPUNT

+3215297270
+3215424921